Boodschappen uit het verleden

Vrijdagmiddag. Weekendboodschappen doen. Vaste prik. Ik rijd de parkeerplaats bij winkelcentrum Herenhof in Alphen aan den Rijn op, hopend dat er een plekje vrij is, want ik ben niet de enige die de vrijdagmiddag als vaste prik heeft voor het doen van de boodschappen. Het valt mee deze keer. Een plekje voor de auto is snel gevonden. Ik pak de lege flessen uit de auto en neem een winkelwagentje waarmee ik door de passage naar de ingang van de supermarkt loop. Lekker makkelijk, alles onder één dak. Ik loop mijn vaste route door de winkel. Die kan ik dromen~~~~

~~~~Het is zomer 1959. Ik heb een leeftijd bereikt waarop mijn moeder mij toevertrouwt boodschappen voor haar te doen. Niet in een supermarkt, want die is er nog niet. Althans, niet in Tuindorp-Vreewijk in Rotterdam, de buurt waar ik opgroei. Bakker, melkboer, olieboer en kolenboer komen nog aan huis. De bakker heeft sinds kort een nieuwe bakkersfiets, de anderen komen langs met paard en wagen, net als de schillenboer en de voddenman. De komst van de olieboer is altijd weer een feest, want dan krijgen mijn zusje en ik een schuimpje dat zo heerlijk naar petroleum ruikt en ook wel een apart smaakje heeft.

Ik ben op weg naar Hans z’n moeder, die een sigarenwinkel heeft op de hoek van de Langegeer en het Breeplein. We noemen haar Hans z’n moeder omdat ze Hans z’n moeder is. Hans is ongeveer van de zelfde leeftijd als ik en is een speelvriendje. De winkel van Hans z’n moeder is zo’n honderd meter bij ons huis vandaan, maar een boodschapje bij haar doen kan zomaar een half uur tot een uur duren. Hans z’n moeder is eigenlijk een soort tweede moeder voor me en ik heb dan ook altijd veel met haar te bepraten. Nu kan ik haar mooi mijn nieuwe Pipo-blouse laten zien.  Die heb ik gisteren, na lang zeuren en jengelen, van mijn moeder gekregen.  Gekocht bij Piet Lap op de Groene Hilledijk. Maar van dat zeuren en jengelen vertel ik natuurlijk niet aan Hans z’n moeder.

Naast de winkel van Hans z’n moeder zit de winkel van de groenteboer. Daar mag ik ook wel eens een boodschap doen. Dan krijg ik oude kranten mee om de groenten en aardappelen in te laten verpakken. De groenteboer heeft van die mooie grote weegschalen met gewichten en een machine die de nieuwe aardappeltjes kan schrappen. En soms mag ik naar de drogist die ook aan het Breeplein zit om de oliekan te laten vullen met olie voor het peteroliestel. Dan mag ik ook een puntzak zoute drop kopen.

Bij het Vivo-winkeltje van Van Jole op de hoek van de Kortewelle en de Meiendaal kom ik ook wel eens om kruidenierswaren te halen. Dan krijg ik mijn moeders portemonnee mee. Die moet ik dan aan de mevrouw achter de toonbank geven. Die haalt dan het boodschappenbriefje eruit, pakt de gewenste spullen en schrijft de bedragen op het briefje. Ze haalt zelf het benodigde geld uit de portemonnee en doet eventueel wisselgeld erin terug. Als ik zelf eens een paar centen krijg om snoep te kopen ga ik liever naar het Vivo-winkeltje in de Iependaal, want daar hebben ze lekkere koekkruimels en stroopsoldaatjes waar je zo’n mooi scherp puntje aan kunt zuigen. Of ik ga natuurlijk naar Hans z’n moeder.

Een heel enkele keer mag ik van mijn moeder naar het manufacturenwinkeltje op de hoek van de Kortewelle en de Iependaal. Dat winkeltje is van een heel klein Indonesisch vrouwtje. Ik ben met mijn zeven jaar al bijna net zo groot als zij, terwijl ik voor mijn leeftijd best klein van stuk ben. Zij lijkt alleen groter doordat ze haar lange haar in een enorme knot boven op haar hoofd heeft gestoken. Ze is altijd heel vriendelijk. Ik vind haar aardig. En knap, want ze weet altijd precies wat ik moet hebben. Ik hoef alleen maar ‘een pak voor mijn moeder’ te zeggen en haar de boodschappentas te geven. Zij loopt dan met de tas naar ergens achter in de winkel en doet het gevraagde ‘pak voor mijn moeder’ erin. Ik geef haar dan het geld dat ik van mijn moeder heb meegekregen. Het is precies gepast~~~~

~~~~”U kunt bij deze kassa alleen pinnen”, zegt de caissière van de supermarkt met luide stem als ik aanstalten maak mijn boodschappen op de band te leggen. “Ja ja, dat weet ik”, mompel ik terug en pak de boodschappen uit het winkelwagentje en leg ze op de band. De caissière haalt de spullen razendsnel over de scanner en het opvanggedeelte na de kassa begint al behoorlijk vast te lopen.  Nadat ik alle boodschappen op de band heb gelegd –toiletpapier symbolisch altijd als laatste- duw ik mijn karretje snel naar voren. Nog even een flesje bier laten zien en zeggen dat ik daarvan een krat vol van onderop mijn karretje heb staan en dan in hoog tempo alles weer in het winkelwagentje mikken. Ik ben nog niet halverwege als de caissière het bedrag roept dat ik moet betalen. Ik pin, wens de dame achter de kassa een prettig weekend en kijk nog even om naar de rij mensen die achter me staan. Aan hun gezichten zie ik dat zij het de hoogste tijd vinden dat ik ook het laatste stuk van de band leegmaak. Ik werk me in het zweet om de boodschappen in het karretje te krijgen.
Ik haat boodschappen doen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *