Crisis

Veifgever: Ymir
Woorden: Glimlach – trots – eiland – paddenstoel – kaars

Met zijn handen op zijn rug staat Kris aan de rand van een ven dat middenin het bos ligt. Hij kijkt tevreden naar het eiland dat ongeveer in het midden van het meertje ligt. “Mijn eiland”, zegt hij trots. Vanmorgen is de koopakte getekend en Kris mag zich nu officieel eilandbezitter noemen. ‘Het is allemaal eigenlijk wel heel snel gegaan’, denkt hij.

Kris had nooit eerder het plan gehad om een eiland te kopen. En al helemaal niet in deze tijd van de economische crisis, die ook in het bos is doorgedrongen. Hij kent kabouters die door de crisis hun baan zijn kwijtgeraakt en nu werkloos zijn. Zelf werkt Kris als tuinkabouter bij een welgestelde mensenfamilie. Hij haat zijn baan. De hele dag doodstil staan leunen op een schep. Hij had zich vroeger een ander leven voorgesteld Maar ja, hij had geen zin om te studeren en wilde net als zijn kaboutervrienden geld verdienen. Nu maakt hij zich zorgen om zijn baan, want hij had zijn werkgever tegen een buurman horen vertellen dat het slecht gaat met het bedrijf waar hij werkt en dat hij mogelijk zijn ontslag krijgt. “En in dat geval zullen we misschien moeten verhuizen naar een kleinere woning”, hoorde Kris zijn baas zeggen. ‘Dan ben ik ook mijn baan kwijt’, dacht Kris.

Niet lang nadat hij dit gesprek had gehoord, keek Kris met zijn gezin in de krappe eengezinspaddenstoel naar het BOS-journaal. Op het scherm verscheen een kabouter met een lachend gezicht. Het was minister-president kabouter Mark. “Bosgenoten”, zo sprak hij de kijkers toe, “ons bos heeft te maken met een economische crisis die z’n weerga niet kent. Maar dat betekent niet dat we bij de pakken moeten gaan neerzitten. Integendeel, leef je uit en geef vooral je spaargeld uit. Koop een paddenstoel, koop een nieuwe tv. Als we dat allemaal doen, helpen we ons bos er snel weer bovenop.” Kabouter Diederik, die naast minister-president kabouter Mark stond, knikte met een brede glimlach op zijn gezicht instemmend. “Als kabouter Diederik het ermee eens is, zal het wel goed zijn”, zei Kris tegen zijn vrouw Grunhilde. “Kabouter Diederik komt op voor onze belangen.” “Dan zal het wel goed zijn”, beaamde Grunhilde. “Laten we een paddenstoel kopen.”

Even later hadden Kris en Grunhilde al hun oude sokken tevoorschijn gehaald en telden zij hun spaargeld. Ze hadden altijd zuinig geleefd en zo een mooi bedrag bij elkaar gespaard. Het spaargeld was eigenlijk bedoeld om onvoorziene uitgaven op te vangen en om later samen te kunnen genieten van een mooie oude dag. “Maar nu telt het belang van het bos”, zei Grunhilde, die heimelijk al een riante vrijstaande paddenstoel met ruime keuken voor zich zag. “Precies”, riep Kris enthousiast. “Wij gaan op paddenstoelenjacht.”

Kris en Grunhilde hadden hun droompaddenstoel snel gevonden. Het stond op een onbewoond eiland in het ven middenin het bos. “Een riante paddenstoel met vier slaapkamers en een modern ingerichte badkamer. En het hele eiland wordt van u”, vertelde de makelaar. De vraagprijs lag echter een behoorlijk stuk boven het budget van het kabouterechtpaar. “Daar kan ik wel wat aan doen”, zei de makelaar. “Bij de koopprijs is een roeiboot inbegrepen. Die heeft u nodig om bij het eiland te komen. De roeiboot is momenteel in reparatie. Als u nu besluit om de paddenstoel ongezien te kopen, rond ik de prijs af op het bedrag dat u heeft gespaard.” Kris keek naar Grunhilde. Zij knikte enthousiast. Maar Kris twijfelde. De makelaar begon over de crisis en vertelde dat hij vertrouwen had in de plannen van kabouter Mark en kabouter Diederik. Bij het horen van de naam Diederik was Kris ook om. “We doen het”, sprak hij plechtig. Grunhilde viel hem om de hals en gaf hem een paar dikke zoenen.

Met zijn handen op zijn rug staat Kris aan de rand van het ven dat middenin het bos ligt. Hij kijkt tevreden naar het eiland dat ongeveer in het midden van het meertje ligt. “Mijn eiland”, zegt hij trots. Dan ziet hij dat Grunhilde vanaf het eiland in de inmiddels gerepareerde roeiboot stapt. Terwijl hij naar zijn werk was, ging zij erheen om de maten voor de gordijnen en vloerbedekking op te meten. Kris ziet dat zijn vrouw met wilde bewegingen het meertje oversteekt. Haar hoofd is rood aangelopen. “Crisis”, roept ze nog voordat ze voet aan wal heeft gezet. Kris kijkt haar niet begrijpend aan. “We zijn in de boot genomen”, zegt Grunhilde als ze hijgend op de kant staat. “Hoezo?”, vraagt Kris. “Het is een prachtige paddenstoel”, zegt Grunhilde, “maar er is geen stroom, geen gas, geen riolering, er is helemaal niets. Hoe moeten we daar leven?” Kris denkt even na en zegt: “Dan moeten we dat laten aanleggen.” “Waarvan?”, roept Grunhilde. “Al ons geld zit hier al in.” Kris grabbelt in zijn broekzak en haalt een muntstuk tevoorschijn. “Daar kopen we geen stroom voor”, zegt Grunhilde. “We kunnen een kaars kopen, zodat we in elk geval ’s avonds licht hebben”, oppert Kris.

Een week later brengt de kabouterfamilie de laatste avond in de oude paddenstoel door. De verhuisdozen zitten vol met hun spullen. Alleen de televisie staat nog op een tafeltje. Kris zet het toestel aan. Het lachende gezicht van minister-president kabouter Mark verschijnt in beeld. “Maakt u zich geen zorgen, het komt allemaal goed”, hoort Kris kabouter Mark zeggen. “Ja hoor”, moppert Kris. “Maar niet voor ons.” Uitgerekend vandaag kreeg hij te horen dat zijn werkgever hem noodgedwongen moet ontslaan. En morgenochtend moet het gezin de paddenstoel verlaten omdat Kris de huur had opgezegd.

Aan de rand van het ven middenin het bos staat een tent met daaromheen verhuisdozen. Een klein stukje verderop staat een bord met daarop de tekst: ‘Te koop: Riante paddenstoel met eiland. Exclusief roeiboot.’  Want die heeft Kris verkocht om de tent te kunnen kopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *