De dood heeft het eeuwige leven

Hij was er weer. De dood heeft weer toegeslagen in mijn familiekring. Net zeven maanden nadat hij op de uitvaart van zijn zus had gesproken, werd Martin zelf door de dood gehaald. Hij was slechts 65 jaar oud.

Martin was een oom van mijn Tiny. Gezien het minieme leeftijdsverschil werd door ons echter het woord oom niet uitgesproken. Hoewel we de laatste jaren niet veel contact meer hadden -we zagen elkaar nog maar een paar keer per jaar op verjaardagen- kwam het bericht van zijn overlijden hard binnen.

Ik ben in mijn leven in familie- en kennissenkring al vele malen geconfronteerd met de dood. Een onontkoombaar gegeven dat mij fascineert en tegelijkertijd ook enorm beangstigt. Ik ben bang voor de dood. En dat is dan nog heel zacht uitgedrukt. Ik ben als de dood voor de dood.

Waar die angst vandaan komt en waar ik precies bang voor ben, weet ik niet. Ik heb die angst, voor zover ik me kan herinneren, altijd gehad. Misschien komt het doordat in mijn omgeving mensen veelal op jonge leeftijd overlijden. Afgezien van mijn vader en opa van moeders kant, die respectievelijk 83 en 94 waren, overlijden in mijn omgeving mensen vaak als ze in de 40, 50 of 60 zijn. Ik vind dat beangstigend. En het maakt me ook boos. Ik vind dat er voor doodgaan een minimumleeftijd zou moeten gelden. En die zou dan op z’n minst ergens in de 80 moeten liggen. Hoewel ik dat, gelet op mijn eigen leeftijd nu, ook nog best wel jong vind.

De eerste keer dat de dood in mijn leven kwam, was begin jaren ’60. Ik was een jaar of 10 toen mijn oma (de moeder van mijn moeder) overleed. Haar overlijden heb ik van horen zeggen. Ik was daar niet zelf bij aanwezig. Mijn ouders vonden me daar nog te jong voor. Ik had vele vakanties bij mijn oma in Oostvoorne doorgebracht. Ze was toen in mijn ogen al heel oud. Nu realiseer ik me dat ze eigenlijk nog best jong was. Ik ben nu zelf ongeveer op de leeftijd waarop zij stierf. En dat is dus helemaal niet oud.

Vanaf het moment van overlijden van mijn oma hield de dood mij bezig. Wanneer gebeurt het? Hoe gaat doodgaan? Wat voel je? Wat zie je? Wat is er daarna? Allemaal vragen die zich sinds die tijd met enige regelmaat in mijn hoofd aandienen en waarop ik maar geen antwoorden vind. Dat vind ik eng. Ik kan niet zo goed tegen die onzekerheid. Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe? Dat wil ik weten. En dat heeft niets mijn journalistieke achtergrond te maken. Ik wil graag weten waar ik aan toe ben. Maar de dood laat zich niet in de kaart kijken en hult zich in geheimzinnigheid.

In 1979 heb ik wekenlang aan het ziekbed van mijn moeder (48) gezeten. Tien jaar later bracht ik vele uren door bij het bed van mijn schoonvader (63). In 2007 mocht ik mijn Tiny (53) naar het einde begeleiden en ik 2011 zat ik bij het sterfbed van mijn vader (83). Verdrietige, maar ook heel mooie ervaringen. Met allemaal heb ik zeer intense gesprekken gevoerd. Het was mooi. Hun berusting, hun rustige reis naar het einde en hun vredige inslapen. Zij kenden geen angst voor de dood. Hoe vreemd het misschien ook klinkt, ik had het niet willen missen. Maar ik heb nog altijd geen antwoord op mijn vragen en mijn angst is nog steeds volop aanwezig.

Iedereen gaat dood. Dat is een zekerheid. De enige die niet dood gaat is de dood. Die heeft het eeuwige leven.

 

Één reactie op “De dood heeft het eeuwige leven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *