Echte vrienden

Veifgever: Paul Slijpen
Woorden: Paul – veif – Gert

Ha, die Gert.

Hé, als dat meneer Meier niet is. Je bent er vroeg bij. Ik ben nog niet eens met mijn verhaal begonnen.

Schei nou toch eens uit met me meneer Meier te noemen, Gert. Zeg nou gewoon Karel, kerel.

Ik zou niet weten waarom. Volgens mij zijn wij geen vrienden. Ik ken je amper. Je kwam een paar maanden geleden plotseling mijn leven binnengedrongen en sindsdien bemoei jij je geregeld met mijn verhalen. Knap irritant. Ik weet heus wel waarom je er nu weer bent. Er staan drie woorden in plaats van vijf. En jij vindt dat dat niet kan.

Je kent me dus wel. Vijf woorden zijn vijf woorden. Maar deze discussie hebben we al eens eerder gevoerd *). Dit is zeker grappig bedoeld van die Paul. Of kan hij gewoon niet tellen?

Een geintje moet kunnen. En tellen kan Paul heel goed. Moet je zijn verhaal 31.536.000 seconden maar eens lezen **).

Oh, Paul schrijft ook. Nou, dat moeten dan wel juweeltjes zijn hè. Als hij vijf al niet eens goed schrijft… Met z’n veif.

Man, je bent zó niet grappig. Je weet donders goed waarom hij veif schrijft. De verhalencategorie heet Geef me de veif. Maar je wordt weer bedankt. Je hebt alle woorden al gebruikt. Ik hoef niet eens meer aan het verhaal te beginnen hè. Misschien wil je nu zo vriendelijk zijn om op te don… eh weg te gaan en me verder met rust te laten.

Je wilde opdonderen zeggen hè? Waarom reageer jij altijd zo aangebrand op mij?

Omdat ik jou een vervelende, bemoeizieke kerel vind. Daarom. Zoals ik al zei, wij zijn geen vrienden.

Daar vergis je je in, kerel. Ik ben je beste vriend. Ik ben je alter ego, je geweten, je beschermengel. Jij zegt dat ik een paar maanden geleden je leven binnendrong. Dat is niet waar. Ik was er altijd al, maar jij wilde mij niet zien.

Wat lul je nou toch, man?

Je hoeft niet grof te gaan doen, Gert. Zo ben je helemaal niet. Ik ga je een gewetensvraag stellen. Heb jij eigenlijk wel vrienden? Ik bedoel, echte vrienden.

Zei jij net niet dat jij mijn geweten bent? Dan weet je het antwoord dus al. Ja, er zijn een paar mensen die ik echte vrienden mag noemen.

Namen?

O nee. Daar begin ik niet aan. Ik heb ooit eens het verhaal ‘Tweeps zijn mooie mensen’ geschreven. Daarin heb ik toen een aantal namen genoemd van mensen die mij op Twitter volgden en met wie ik mooie contacten had. Ik werd prompt ontvolgd door enkele mensen die beledigd waren dat zij niet werden genoemd. Bovendien is er ook nog zoiets als privacy. En de mensen om wie het gaat, weten het wel. Of ik heb ze gezegd dat ze heel speciaal zijn voor me of ze voelen het aan. Soms heb je gewoon zo’n klik met iemand dat je het niet uit hoeft te spreken. Neem Paul -zijn naam is toch al gevallen-, wij volgen elkaar al een tijdje op Twitter. Afgelopen zomer hebben we elkaar voor de eerste keer ontmoet. Het was of we elkaar al ons hele leven kenden. Twee tegenpolen –hij de levensgenieter, ik de tobber- urenlang op een terras en nog lang niet uitgepraat. Begrip en wederzijds respect. Luisteren naar elkaar en lachen met elkaar. Daar gaat het om in vriendschap. En daar hoef je elkaar niet eens persoonlijk voor te kennen. Dat kan ook in tweets, berichten op Facebook of in chats op WordFeud. Vriendschap is niet tastbaar. Vriendschap is gevoel. Wordt het overigens niet eens tijd dat jij me in de rede gaat vallen?

Nee, ik vond het wel een mooi betoog. Mooi gesproken, kerel.

Dank je, Karel.

Haha, je noemt me Karel. Vrienden?

Wie? Wij? Nou vooruit. Even dan. Maar alleen om het verhaal een happy end te geven, vriend.

 

*) Zie het verhaal Eikel

**) Het werk van Paul is te lezen op fijnslijpen.nl

 

  1. Hij is weer gevat Gert. Mijn complimenten. En leuk dat ik zo prominent een rol mag spelen. En toch laat mijn geheugen mij in de steek voor wat betreft het geven van de ‘veif’. Maar je begrijpt in dit geval is dat nu niet meer van belang 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *