Het kaarsje moet branden

Met een schok word ik wakker. Ik kijk verdwaasd om me heen. De televisie staat aan en ik zie dat Detective Chiefinspector Tom Barnaby dicht bij het oplossen van weer een aantal Midsomer Murders is. Ik heb de moorden gemist, want ik ben weer eens in slaap gevallen. 01:33 uur, zie ik op de display van het klokje dat op de legerkist, die dienst doet als bijzettafel, staat. Vanuit m’n ooghoek zie ik dat het kaarsje bij de foto van Tiny is gedoofd. De display van het klokje springt op 01:34 uur. Ik constateer dat mijn beide kinderen nog uit zijn. Ik loop naar de voorraadkast en pak een nieuw waxinelichtje uit de zak. Als ik het opgebrande waxinelichtje uit het houdertje pak, voel ik dat het nog warm is. ‘Gelukkig’, denk ik. ‘Dan heb je het niet al te lang zonder kaarsje moeten doen.’ “Alsjeblieft”, mompel ik als ik het nieuwe kaarsje heb aangestoken en in het houdertje voor de foto plaats. Ik haal opgelucht adem, want zolang het kaarsje brandt, waakt Tiny over mijn kinderen en zal zij ervoor zorgen dat ze weer veilig thuiskomen.

Ergens in mijn achterhoofd weet ik ook wel dat dit niet zo is. Denk ik. Maar ik weet het niet zeker en daarom steek ik zolang ik nog niet in bed lig en mijn kinderen nog niet thuis zijn als het nodig is een nieuw kaarsje aan. Is het bijgeloof? Ik weet het niet. Ik heb niets met bijgeloof. Vrijdag de dertiende, zwarte katten en onder ladders lopen… ik heb daar niets mee. Wat kan er nu helemaal gebeuren als op vrijdag de dertiende een zwarte kat onder een ladder door loopt? Degene die op de ladder staat, kan het wellicht uit een ooghoek zien, van schrik een misstap maken en van twee hoog naar beneden vallen. Maar ik kan u verzekeren dat die zwarte kat ongedeerd en onverstoorbaar verder wandelt, terwijl hij (of zij) toch degene was die onder de ladder door liep. Nee, ik ben niet bijgelovig, maar dat kaarsje moet branden.

Sinds haar overlijden in 2007 steek ik nog elke avond een kaarsje aan bij de foto van Tiny. Waarom ik dat doe, weet ik heel eerlijk gezegd zelf niet heel goed. Ik ben als kind van gereformeerde ouders niet opgevoed met het branden van kaarsjes voor overledenen. Dat was iets wat katholieken deden. In onze kringen werd het -zeker in mijn jeugd- gezien als een heidens gebruik. Tiny was katholiek opgevoed, maar zij had niets met het branden van kaarsjes. Toch ben ik het gaan doen. Omdat het me een goed gevoel geeft. En ik doe het nog steeds elke avond. En elke avond rond half negen en met een vast ritueel. “Alsjeblieft”, zeg ik als ik het kaarsje bij de foto plaats. En als ik naar bed ga en het kaarsje nog brandt, zeg ik: “We gaan slapen. Welterusten.” Dan blaas ik het kaarsje uit en loop naar de vitrinekast. “Welterusten”, zeg ik dan tegen de urn waarin we haar as bewaren en doe het lampje in de kast uit.

Maar wat doe je dan als je kinderen nog niet thuis zijn en jij naar bed gaat? Laat je dan het kaarsje branden?, zie ik u denken. Nee, dan blaas ik het kaarsje uit. Zo ben ik opgevoed: nooit kaarsen laten branden als je zelf niet in de buurt bent. Dan laat ik het los en heb ik vertrouwen in m’n kinderen. En als ik dan in bed lig, draai ik me op mijn zij en slaap een zorgeloze slaap.

En toch zal ik altijd als ik nog wakker ben en mijn kinderen nog niet thuis zijn als het nodig is een nieuw kaarsje aansteken. Om mijn kinderen te beschermen tegen onheil? Was het maar waar. Was het maar waar dat je met het branden van een kaarsje dierbaren kunt beschermen tegen onheil. Als iedereen het zou doen, zouden we een stap dichter bij de wereldvrede zijn. Geen oorlogen meer, geen aanslagen, geen ongelukken, geen moorden, geen ontvoeringen, geen verkrachtingen… Dan zou de wereld er stukken mooier uitzien.

Vanavond om half negen steek ik een kaarsje aan en zeg ik, nee dan vraag ik: “Alsjeblieft?” En maakt u zich geen zorgen over Detective Chiefinspector Tom Barnaby. Hij vindt vast wel een andere baan als er geen Midsomer Murders meer zijn.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *