Kneuterig

Ik word oud. Ik merk het niet alleen aan mijn steeds strammer wordende ledematen, maar ook –en vooral- aan mijn toenemende hang naar het verleden. Steeds vaker dwaal ik met mijn gedachten terug naar vroeger, naar mijn jeugd. En dan bekruipt mij steeds meer het gevoel dat het vroeger allemaal veel gezelliger was dan tegenwoordig.

Gisteravond had ik het weer. Toen ik aan het eind van de middag zoals gewoonlijk mijn tv aanzette, kreeg ik niet de verwachtte tv-beelden. Nee, op het scherm zag ik dat de ontvanger van mijn interactieve televisie opnieuw aan het opstarten was. Na enkele minuten verscheen de mededeling dat mijn ontvanger de instellingen niet kon laden. Ik volgde het advies om zowel modem als ontvanger te resetten. Deze actie had echter niet het gewenste resultaat. Interactief was definitief inactief. Ik besloot de klantenservice van KPN te bellen en kreeg een uitermate vriendelijke dame aan de lijn. Zij constateerde al heel snel dat mijn ontvanger de geest had gegeven en regelde dat ik vanmorgen vroeg al een nieuw apparaat in huis had. Prima service, dus.

Maar ik beleefde gisteravond dus wel een tv-loze avond. Ik weet ook wel dat dit tegenwoordig helemaal niet hoeft omdat je veel programma’s ook online kunt kijken, maar dat doe ik dus niet. Ik ben een man van principes. Tv-programma’s kijk ik op mijn televisietoestel. Daar is dat ding voor. Ik giet ook geen theewater in een koffiefilter. Nu hoeft dat ook niet, want ik heb een moderne koffiemachine. Maar dit terzijde.

Ik besloot de radio aan te zetten. Eerlijk gezegd kon ik me niet meer heugen wanneer ik voor het laatst radio geluisterd had. Best vreemd eigenlijk, bedacht ik me. Ik was vroeger een echte radioman. Vele uren heb ik in mijn jeugd aan de radio gekluisterd gezeten. En later kwam ik in de gelukkige omstandigheid dat ik zelf als vrijwilliger radio mocht maken bij een bejaardenomroep in Rotterdam. Ik bereidde me gisteravond dan ook voor op een avondje ouderwets genieten. Maar dat werd het niet. Ik heb verschillende zenders geprobeerd, maar het kon me niet bekoren. Het was me te veel ‘behangmuziek’, te klassiek, te veel takkeherrie of oeverloos geklets. Nee, radio is niet meer wat het ooit geweest is.

Toen ik nog een klein jochie was –eind jaren ’50, beginjaren ’60- was er bij ons thuis nog geen televisie. Een radio was er wel. Zo’n toestel met een rij grote knoppen waar je hard op moest drukken om de radio aan te zetten en om mee van golflengte te wisselen. Met een draaiknop kon je zenders zoeken. Mijn ouders hadden destijds een radiotoestel met een orkest erin. Daar kon je dan gordijntjes voor open en dicht doen. Dan werd het geluid wat scheller of doffer.

In mijn jeugd heb ik alle kinderziekten doorlopen. Als ik het flink te pakken had, mocht ik wel eens een paar dagen thuisblijven. Mijn moeder schoof dan in de huiskamer de twee Liberty-fauteuils tegen elkaar en daar mocht ik dan in liggen. Heerlijk de hele dag naar de radio luisteren. De waterhoogten, Ochtendgymnastiek met Ab Goubitz, Kleutertje luister (“Hallo kindertjes van het hele land”), Rechtdoor naar school en kantoor, Arbeidsvitaminen, De groenteman (‘Tja tja tja, wat zullen we eten?”), Moeders wil is wet, Het Radioprentenboek, Het klokje van zeven uur en dus…, Paulus de Boskabouter (mijn favoriete figuur was Oehoeboeroe: “Helendal nogal wel zo tamelijk”) en af en toe een hoorspel.

In mijn herinnering was het vroeger op de radio allemaal veel losser en gezelliger dan tegenwoordig. Gemoedelijker. Misschien zelfs wel kneuterig. Misschien is het wel dat kneuterige dat ik gisteravond op de radio miste. Ik word oud.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *