Leef

Veifgever: Eveline Brand
Woorden: Positief – leef – verdriet – muziek – luisteren

U kunt hem niet zien. Dat is jammer. Als u hem nu zou kunnen zien, u zou hem waarschijnlijk niet herkennen. Niet dat hij qua uiterlijk is veranderd, want als u hem zou zien, zou u meteen zeggen: “Hé, daar zit Johan.” Weliswaar met baard, zoals elke winter, maar onmiskenbaar herkenbaar. Maar als u hem daarna wat beter bekijkt, gaat u wellicht toch twijfelen. “Is dat Johan wel?”, zult u zich afvragen. Er is iets aan hem dat u niet herkent. U bekijkt hem nog eens goed, en dan ziet u het. Er straalt trots uit zijn ogen. Zijn kenmerkende trieste blik is weg. Het verdriet is uit zijn ogen verdwenen.

Johan zit op de bank en kijkt om zich heen. Een tevreden glimlach verschijnt op zijn gezicht. “Dat heb je goed gedaan, jongen”, geeft hij zichzelf een schouderklopje. Hij geniet van zijn mooi opgeknapte huis en zijn nieuwe spullen. De eerste drie weken van zijn maand vakantie is hij ermee bezig geweest. Op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Witten, verven, behangen, poetsen… De benedenverdieping van zijn huis blinkt je tegemoet. Het nieuwe bankstel is een sieraad in zijn kamer. Hij is blij met de nieuwe vaatwasser, die geruisloos z’n werk doet en die je niet, zoals de oude, twee keer per dag hoeft te laten draaien om het water eruit te pompen. Niet meer de keuken dweilen als hij weer eens vergeten was de machine tussentijds aan te zetten. Johan geniet van de verse koffie die hij uit zijn nieuwe koffiemachine tapt. Weg met de oploskoffie die hij maandenlang tot zich nam. Het is allemaal niet groots en wereldschokkend, maar Johan is er blij mee. Hij is trots. Trots dat hij het allemaal eigenhandig heeft gedaan, trots ook dat hij de beslissingen durfde te nemen.

Johan kijkt naar de foto van Cathy, die sinds de komst van het nieuwe bankstel een nieuwe plek in de kamer heeft gekregen. “Je kunt nu mooi de hele kamer overzien”, praat hij tegen de foto. “Ja, beter zo”, hoort hij Cathy in zijn gedachten antwoorden. “En die bank werd ook wel eens tijd”, hoort hij haar er nog snel aan toevoegen. Tja, die bank. Die was hem al meer dan drie jaar een doorn in het oog. Oud, versleten, smoezelig, stuk gekrabd door de poes. Hij schaamde zich als hij mensen moest ontvangen. Maar ja, aan die bank kleefden nog zoveel herinneringen. Aan de tijd dat ze naast elkaar zaten, samen praatten, lachten, huilden, knuffelden, elkaar innig liefhadden. De oude bank staat nu bij het afvalbrengstation waarschijnlijk tegen andere afgedankte banken te pochen wat hij allemaal gezien en meegemaakt heeft. Maar ook herinneringen aan de periode dat Cathy, ziek als ze was, per se op de bank wilde liggen en niet in het ziekenhuisbed dat inmiddels in de kamer stond. Aan de laatste weken die hij ’s nachts licht slapend op de bank doorbracht. Aan de anderhalf jaar die hij zelf voornamelijk op de bank zat met gezondheidsklachten. Doe zo’n bank maar eens weg. Ook al is hij oud, versleten, smoezelig en stuk gekrabd door de poes.

Het is er toch van gekomen. Omdat Johan eindelijk begreep wat Cathy bedoelde met de opdrachten die ze hem in haar laatste uren nog meegaf. Hij moest dit, hij moest dat… Hij nam de opdrachten letterlijk, maar wat Cathy eigenlijk bedoelde te zeggen, was: Leef! Maak er wat van. “Je had gelijk”, zegt hij tegen de foto. “Dat heb ik eigenlijk al die jaren niet gedaan. Ik had beter naar je moeten luisteren.” “Ja, luisteren is nooit je sterkste punt geweest”, hoort Johan Cathy zeggen.

Johan denkt terug aan oudejaarsavond. Voor het eerst in zeven jaar was deze avond voor hem niet moeilijk geweest. Werd hij niet boos toen om middernacht vuurwerk werd afgestoken en iedereen feest vierde. Sloot hij zich niet af voor buren die hem gelukkig nieuwjaar kwamen wensen. Hij genoot deze avond van zijn opgeknapte huis en zijn nieuwe spullen. Hij was vrolijk en schreef op Twitter: ‘Het nieuwe jaar is positief  begonnen. Mijn glas is nog halfvol.’

Sinds vorige week klinkt er weer muziek in zijn huis. De gebruiksaanwijzing van de geluidsapparatuur moest erbij gezocht worden om erachter te komen hoe het spul ook weer werkte. Al die jaren niet gebruikt. “Dit had je dus veel eerder moeten doen”, hoort hij Cathy zeggen. “Je zult wel weer gelijk hebben, maar ik was gewoon bang dat ik met het vernieuwen van spullen ook herinneringen zou weggooien”, antwoordt Johan. Hij kijkt naar de foto en ziet Cathy’s glimlach breder worden als hij haar hoort zeggen: “Herinneringen zitten niet in spullen, herinneringen zitten in je hoofd. Dus leef! Maar heb niet het lef om op je nieuwe bank met iemand… Geintje! Maar draai dan in elk geval wel discreet mijn foto om.” Johan moet erom lachen.

U kunt hem niet zien. Dat is jammer. Als u hem nu zou kunnen zien, u zou hem waarschijnlijk niet herkennen. U zou vragen:“Ben jij Johan wel?”. En Johan zou antwoorden: “Jawel, ik ben het. Ik leef weer.”

  1. sjaak blaazer op

    Gert

    een prachtig, gevoelig verhaal dat lekker weg leest.
    en het is waar wat iemand al eens schreef; ik leer je hierdoor kennen (denk ik)

    hou vol!

    sjaak

  2. Wow Gert, ik lees dit autobiografische verhaal nu pas. Ik ken je verder niet echt persoonlijk, maar volgens mij is dit 100% ”de maand vakantie Gert”, zoals we op diverse sociale media mochten lezen. Goed dat je het zo hebt aangepakt. Jouw Tiny zal zien dat het met jou (niet alleen bankstelsgewijs) goed zit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *