Leuke Lenie

‘Ben je er al een beetje aan gewend dat je dochter niet meer thuis woont?’.
Deze vraag wordt me de laatste tijd vaak gesteld, want een paar weken geleden verliet mijn dochter het kievitsnest en nam zij haar intrek in haar eigen appartement. Waarschijnlijk verwachten de vragenstellers dat ik zal antwoorden dat ik het er moeilijk mee heb, want zij kennen mij en weten dat loslaten niet mijn sterkste kant is. Ik zie dan ook meestal verbaasde gezichten als ik zeg dat ik eraan gewend ben. “Het is goed. Zo hoort het te gaan. Ze was er heel erg aan toe”, zeg ik dan. En ik meen het. Ik heb haar losgelaten. Mijn dochter is een volwassen vrouw die prima in staat is haar eigen leven te leiden. Na 25 jaar was het tijd om het kievitsnest te verlaten en uit te vliegen.

Zelf was ik ook 25 toen ik het ouderlijk huis verliet. Niet zozeer omdat ik eraan toe was –ik had het prima bij mijn ouders- maar uit liefde. Nou ja… liefde…
Het was in 1976 toen ik haar ontmoette. Ik was destijds als vrijwilliger actief voor de Bejaarden Omroep Stichting (BOS) in Rotterdam. De directie van het bejaardencentrum waar wij uitzendingen verzorgden had gevraagd of een paar van onze medewerkers met hun auto’s wilden rijden om bewoners van de verpleegafdeling –toen nog ziekenboeg genoemd- een leuke dag uit te bezorgen. Ik had me daarvoor aangemeld. In elke auto ging ook een verpleegkundige mee. Nadat we twee bewoners achterin mijn Opel Kadett Coupé hadden gepropt, nam verpleegkundige Lenie naast mij plaats op de passagiersstoel. Het was een heel leuke dag.

Het werd zelfs nog leuker, want ik vond Lenie leuk en Lenie vond mij leuk. Bij het afscheid nemen zei Lenie dat zij het wel leuk zou vinden om een keer af te spreken. Dat leek mij ook wel leuk. En zo werd Lenie mijn eerste echte verkering. Onze eerste afspraak was bij haar thuis. Dat wil zeggen in het huis dat zij met een oudere collega deelde. Ze vroeg me wat ik wilde drinken. Wie mij een beetje kent, weet dat ik dan koffie zeg. Maar Lenie kende mij nog geen beetje. Koffie had zij niet in huis. Wel thee. “Oh, dat is ook goed hoor”, haastte ik mij te zeggen.
Na de thee was het tijd voor iets fris. Ook in die tijd dacht ik dan aan bier, cola, sinas of Seven-up. Ik dacht verkeerd. Er was niets van dat alles voorradig. Lenie was een gezondheidsfreak en wist met een speciaal apparaat uit rauwe aardappelen, penen, bieten, brandnetels en ander onkruid sap te persen. Niet bepaald mijn cup of tea. Toch heb ik mijn glas netjes leeggedronken en zelfs nog gezegd dat het lekker was. Want ik vond Lenie leuk.

Na een tweede bezoek bij haar thuis –met opnieuw knollensap- nodigde ik haar uit om bij mij thuis mijn verjaardag mee te komen vieren. Omdat wij thuis geen apparaat hadden om uit rauwe aardappelen, penen, brandnetels en ander onkruid sap te persen, dronk Lenie alleen thee en kraanwater. Geen probleem natuurlijk, want ik vond Lenie nog steeds leuk. Op een gegeven moment vroeg ze of ze mijn slaapkamer mocht zien. Ook dat was uiteraard geen probleem. Ik had niets te verbergen. Daar had ik gewoon geen ruimte voor in een kamertje van twee bij twee meter.

Een paar dagen later spraken we elkaar telefonisch. Lenie gaf tijdens dit gesprek aan dat zij vond dat we zowel bij haar thuis als bij mij te weinig privacy hadden en drong erop aan dat ik er werk van zou maken om eigen woonruimte te vinden. We moesten immers aan ‘onze toekomst’ denken. De schrik sloeg me om het hart. Ik was nog helemaal niet voorbereid op een toekomst met knollensapjes en zonder vlees. Ze merkte mijn weerstand en nam afscheid. Tot zover leuke Lenie.

Niet lang daarna heb ik me toch gemeld bij de woningcorporatie. Binnen de kortste keren kreeg ik een woning toegewezen. Iependaal 15B rechts in Rotterdam-Vreewijk. Een bovenwoning met een inpandige trap die ik moest delen met de bewoners van Iependaal 15B links. Een niet al te grote woonkamer, een kleine keuken (met toegang tot de houten veranda over de volle breedte van het huis) en boven twee slaapkamers en een doucheruimte. Groot genoeg voor een man alleen.
Nadat ik de woning met hulp van mijn toenmalige BOS-collega (thans Facebookvriend) Hans Goossen bewoonbaar had gemaakt, pakte ik thuis mijn spullen en betrok mijn eigen huis. En het beviel me prima. Ik kon gewoon mijn gang gaan, mijn eigen dingen doen en kon net zo laat (of vroeg) thuiskomen als ik wilde. Dat kon ik daarvoor ook wel, maar ik wist dat mijn moeder wakker zou blijven tot zij hoorde dat ik thuis was. Nu had mijn moeder het geluk dat ik niet zo’n uitgaanstype was, maar zo af en toe een avondje stappen hoorde er toch wel bij.

Sinds enkele weken woont mijn dochter in haar eigen huis. Ze kan gewoon haar gang gaan, haar eigen dingen doen en net zo laat (of vroeg) thuiskomen als zij wil. Dat kon ze toen ze nog hier woonde ook wel en dat deed ze dan ook. Mijn dochter houdt van uitgaan. Maar net als mijn moeder bleef ik dan wakker tot ik hoorde dat mijn dochter thuis was. Als u mijn dochter zou kennen, weet u dat ik vele uren slaap tekort ben gekomen.

Sinds enkele weken woont mijn dochter in haar eigen huis. Ik heb haar losgelaten in het volste vertrouwen dat zij prima in staat is haar eigen leven te leiden.

    • Gert op

      Dank Adrian. Ja, je vader heeft me destijds geholpen met klussen. Met de nachtrust wil het nog niet erg vlotten. Ik ben nogal en nachtbraker en met de warmte in deze tijd lukt slapen ook niet altijd. Komt wel weer goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *