Loslaten

Veifgever: Ricardo Seffelaar
Woorden: Vader – dochter – verkering – vriend – toekomst

Vrijdagmiddag half drie. Richard parkeert zijn auto voor z’n huis. Hij heeft een drukke week achter de rug. Hij is moe. Hij vindt het dan ook helemaal niet erg dat de afspraak die hij later op de middag met een klant had staan werd afgezegd. Het onverwachte vroegertje komt hem wel goed uit. Hij weet dat Joyce, zijn vrouw, pas om half zes thuiskomt en hij ziet zichzelf al een paar uurtjes lekker languit op de bank liggen.

Richard heeft zijn jas aan de kapstok gehangen, zijn tas in een hoek geslingerd en stapt de woonkamer binnen. Hij ziet zijn dochter Kim op de bank zitten. Naast haar zit een jongen. “Hoi pap”, roept Kim als zij haar vader de kamer ziet binnenkomen. Ze staat op en trekt de jongen aan zijn arm van de bank. “Pap, dit is Dave. Je weet wel, m’n vriend.” Dave steekt zijn arm uit en Richard schudt hem de hand. “Ik ben Dave”, zegt Dave. “Richard”, zegt Richard bijna automatisch. “Zo, dus jij bent Dave?” “Ja, ik ben Dave”, antwoordt Dave. Er valt een ongemakkelijke stilte. Ze kijken elkaar een halve minuut zwijgend aan. “Ik heb van Kim al veel over je gehoord, Dave”, doorbreekt Richard de stilte. “Ik ook over u, meneer”, antwoordt de jongen. “Richard”, zegt Richard. “Geen meneer alsjeblieft.”

Ze gaan op de bank zitten en langzaam maar zeker komt het gesprek op gang. Richard vraagt de jongen waar hij woont, over het gezin waarin hij leeft, naar zijn hobby’s en naar zijn plannen voor de toekomst. “En voor welke voetbalclub ben jij?”, vraagt Richard plotseling. “Voor Aja ehh ADO Den Haag menee ehh Richard”, geeft Dave stamelend antwoord. Richard schiet in de lach. Het is wel duidelijk dat Kim haar vriendje heeft ingefluisterd dat haar vader van zijn aanstaande schoonzoon verwacht dat er groen-geel bloed door zijn aderen stroomt. Voordat Richard op het antwoord van Dave kan reageren, springt Kim op van de bank. “Dave en ik gaan naar de supermarkt. Wij gaan straks voor mama en jou koken. Dave eet ook hier. Mama vindt het goed.” En weg zijn Kim en Dave.

Richard staat op en gaat op de plaats op de bank zitten die net nog door Dave bezet werd gehouden. “Straks die jongen maar even duidelijk maken dat dit ‘mijn’ plek op de bank is”, neemt hij zich hardop voor. Hij zakt onderuit en sluit zijn ogen. ‘Mijn dochter heeft verkering’, denkt hij en realiseert zich dat hij maar moeilijk aan dit idee kan wennen. Hij ziet in gedachten zijn Kim als baby. Hoe hij haar in bad deed, hoe hij de fles gaf, hoe hij trots achter de kinderwagen door de buurt liep. Hij ziet Kim als klein meisje. Hoe hij met haar ravotte, met haar speelde, haar voorlas, haar troostte, haar beschermde. Vijftien is ze nu. En ze heeft haar eerste vriendje. “Loslaten, Richard. Het loslaten is begonnen”, mompelt hij in zichzelf. “Maar wat er ook gebeurt, zij zal altijd mijn prinsesje blijven.”

Als later op de avond Dave is vertrokken, gaat Kim nog even naast Richard op de bank zitten. Ze nestelt zich tegen haar vader aan. Richard slaat zijn arm om zijn dochter heen en geeft haar een kus op haar voorhoofd. “Aardige jongen, die Dave”, zegt hij. Kim geeft hem een zoen op zijn wang. “Dave vindt jou ook erg aardig”, zegt ze met een glimlach op haar gezicht. “En ik vind jou een supervader.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *