Schijtlijster

Vorige week ploften ze door de brievenbus op mijn deurmat. Twee gekleurde enveloppen. Een blauwe en een paarse. Ik heb niets tegen deze kleuren. Integendeel, ik vind ze zelfs heel mooi. Behalve als het om enveloppen in deze kleuren gaat. Dan krijg ik acuut buikpijn.

De blauwe enveloppe hoefde ik eigenlijk niet open te maken, want een paar dagen eerder was ik via de berichtenbox op MijnOverheid al op de hoogte gesteld dat de Belastingdienst mij financieel in staat acht de staatskas te sponsoren. Er wordt van mij een fikse bijdrage verwacht die, naar ik vrees, niet aftrekbaar is op de volgende aangifte.

De paarse enveloppe hoefde ik eigenlijk ook niet open te maken. Die heb ik namelijk al eens eerder ontvangen en ik weet dat ook deze enveloppe een uitnodiging bevat om een bijdrage te leveren. In dit geval niet in geld, maar in natura. Er wordt van mij verwacht dat ik wat ontlasting in een buisje doe en dit opstuur. Het gaat om het bevolkingsonderzoek darmkanker. Laat ik vooropstellen dat ik dit onderzoek een prima initiatief vind, maar of ik er aan ga meedoen weet ik nog niet. Tot nu toe heb ik de uitnodigingen aan me voorbij laten gaan.

Natuurlijk weet ik dat bij ontdekken van darmkanker in een vroeg stadium de kans op genezing groot is. Natuurlijk weet ik dat er uit mijn ontlasting helemaal geen aanwijzingen voor de ziekte hoeven te komen. Maar toch ben ik daar bang voor. En eigenlijk wil ook helemaal niet weten of ik iets onder de leden zou kunnen hebben. Ik mag dan wel Kievit heten, als het om ziekten gaat had er net zo goed Schijtlijster of Struisvogel op mijn naambordje kunnen prijken. Wat niet weet, wat niet deert.

Dat dit laatste niet waar is en dat wat niet weet wel degelijk deert, heb ik nog niet eens zo heel lang geleden aan den lijve ervaren. Ik heb een aantal jaren (van 2014 tot 2017) rondgelopen met in frequentie en hevigheid toenemende pijnaanvallen die altijd in de avonduren toesloegen. Aanvankelijk eens in de paar weken, later een paar keer in de week en uiteindelijk vrijwel elke avond. Mijn kinderen drongen er met enige regelmaat op aan dat ik naar de dokter zou gaan. Ik wilde er niet van weten. Bang als ik was voor wat ik te horen zou krijgen. En bang als ik was voor pijnlijke medische onderzoeken, want daar heb ik in mijn leven de nodige ervaring mee opgedaan. Uiteindelijk waren de pijnaanvallen niet meer te verdragen en ben ik toch maar naar de huisarts gegaan. Die liet een echo maken. Het bleek om galstenen te gaan. In februari 2017 werd mijn galblaas operatief verwijderd en sindsdien ben ik pijnvrij.

‘Waarom zo lang gewacht, Gert?, zie ik u denken. ‘Als je eerder naar de dokter was gegaan, was je veel eerder van de pijnaanvallen verlost geweest.’ Dat zie ik nu achteraf ook wel in, maar ik was in die tijd bang dat er iets goed mis was met mijn darmen. Die zorgen namelijk sinds ergens in de jaren ’60 (ik was een jaar of 15) na een voedselvergiftiging, die ik opliep na het eten van een gehaktbal in een cafeetje op de Veluwe, voor heel veel problemen. Problemen die verergerden toen ik eind jaren ’90 opnieuw getroffen werd door voedselvergiftiging. In de periode tussen de jaren ’60 en eind jaren ’90 zijn mijn darmen in verschillende ziekenhuizen meerdere keren onderzocht. Zowel via mijn onderkant als via mijn bovenkant werden slangen zover mogelijk mijn lichaam ingeduwd. Ik vond dat, op z’n zachtst gezegd, niet fijn. En ik heb mezelf toen de belofte gedaan dat mijn lichaamsopeningen niet meer gebruikt zullen worden om slangen door naar binnen te proppen.

Ik heb de paarse enveloppe inmiddels wel geopend. Het buisje dat erin zit nog niet. En ik denk ook niet dat dat geopend gaat worden. Ik ben nu 67. De opbouwfase van mijn leven zit erop. De ontmanteling is al een tijdje bezig. Het overlijden van mijn Tiny, dochter het huis uit, zoon die op termijn ook het nest wel zal verlaten… Mijn toekomst ligt achter me. Natuurlijk wil ik nog zo lang mogelijk zo gezond mogelijk mee. Al werk ik daar –ik geef het eerlijk toe- niet heel erg aan mee. Ik rook, ik drink, ik eet niet heel erg gezond en beweeg te weinig. Ik acht het dan ook niet heel erg waarschijnlijk dat de burgemeester op 28 mei 2052 in zijn of haar agenda zal lezen: Gert 100 jaar. Ik wacht dan ook nog maar even met taart halen.

Ik leef mijn leven, zoals ik dat wil. Ik pluk de dag in onwetendheid van wat er komen gaat. Wat niet weet, wat niet deert.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *