Sien

Als ik via de voordeur mijn huis verlaat en ik ga linksaf, sta ik al snel op de hoek van de straat. Als ik dan weer linksaf ga en ik loop een paar meter, dan ben ik bij het huis van Sien. Dat is de officiële route.  Het is echter niet het meest gangbare traject. De meest gevolgde route is via de achtertuin, een klein stukje brandgang en dan rechtsaf via de achtertuin het huis van Sien binnenstappen. Sien woont daar overigens niet alleen. Zij deelt de woning met echtgenoot Bert en twee nog thuis wonende zonen. Haar jongste zoon heeft het huis vorig jaar verlaten.

Toen wij hier in 1996 kwamen wonen, werd al snel duidelijk dat Sien een soort centrale plek innam in de buurt. Haar huis zat altijd vol met vrouwen en kinderen uit de buurt. Ook mijn vrouw Tiny en mijn kinderen waren er vaak te vinden. Mijn Tien en Sien konden het uitstekend met elkaar vinden. Zij leken ook heel erg veel op elkaar. Niet qua uiterlijk, maar qua levensinstelling. Hoe meer zielen hoe meer vreugd, maar vooral anderen helpen en tot steun zijn.

In december 2003 werd bij Tiny de ziekte Chronische Lymfatische Leukemie vastgesteld. Aanvankelijk leek de ziekte rustig te verlopen en hielden wij ons vast aan de levensverwachting van 10 tot 15 jaar. We gingen nog op vakantie en Tiny genoot volop van het leven. Eind 2005 werd echter duidelijk dat de ziekte een agressiever verloop kende dan door de specialisten was verwacht. Steeds vaker moest medicatie worden toegepast om de leukemie af te remmen. Ik weet dat Tien en Sien daar vaak met elkaar over praatten. In september 2006 ging het heel erg mis. De behandelend arts schreef een veel te hoge dosering medicijnen voor. Tiny werd heel erg ziek en werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Daar werd al heel snel duidelijk dat zij een kaliumvergiftiging had opgelopen en nog geen kwartier nadat wij in het ziekenhuis waren gearriveerd, werd zij getroffen door een hartstilstand. Tiny werd direct gereanimeerd en naar de intensive care overgebracht. Daar bleek dat haar nieren zwaar beschadigd waren. Tiny overleefde de medische fout, maar moest lange tijd in het ziekenhuis blijven.

De tijd dat Tiny in het ziekenhuis lag, verdeelde ik mijn tijd over mijn werk, ziekenhuisbezoek en de zorg voor mijn toen 13-jarige tweeling. Eén zorg had ik niet. Ik hoefde niet te koken. Vanaf de eerste dag dat Tiny in het ziekenhuis lag, kwam Sien of Bert of één van de jongens een schaal overheerlijk eten brengen. Soms kreeg ik dan ook al te horen wat er de volgende dag op het menu stond. En ook in de periode daarna, waarin ziekenhuisopnamen elkaar in rap tempo opvolgden, dook Sien voor ons de keuken in. Zij was er voor mij en de kinderen, die zij opving als dat nodig was.

Ook na het overlijden van Tiny, in maart 2007, werd er via de gangbare route via de achtertuinen nog regelmatig een pan soep of een warme maaltijd bij ons afgeleverd. En soms zag ik als ik thuiskwam van mijn werk dat Sien en Bert tijdens mijn afwezigheid onkruid hadden gewied in mijn voor- en achtertuin. En als er iets zwaars gesjouwd moet worden, hoef ik maar even binnen te stappen en Bert en/of de jongens bieden de helpende hand. Zelfs voor de poes wordt gezorgd als ik er niet ben. En toen ik in de zomer van 2011 zo duizelig was dat ik geen stap kon verzetten zonder me ergens aan vast te moeten houden en plotseling naar het ziekenhuis moest, regelde Sien vervoer.

Inmiddels is alles in rustiger vaarwater gekomen en wordt het achtertuinentraject niet zo vaak meer gebruikt. Maar ik weet dat ik als het nodig is altijd binnen kan stappen. Dat is een rustgevende gedachte. Dankjewel, Sien.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *