Tegen de wind in (4) – Chaos

Johan zit thuis op de bank. In zijn ogen branden tranen. Johan is moe. Doodmoe. Zijn fiets heeft hij sinds zijn barre tocht door de sneeuw van enkele weken geleden (Tegen de wind in (3)) niet meer uit de schuur gehaald. Johan kan het even niet meer opbrengen om te gaan fietsen. En al helemaal niet tegen de wind in.

Johan zit al dagen op de bank. Hij kijkt om zich heen. De kerstboom staat opgetuigd in de woonkamer, bij het keukenraam knippert kerstverlichting, op de eettafel is de inhoud van een kerstpakket uitgestald en liggen en staan de reeds binnengekomen kerstkaarten. Johan kijkt ernaar, maar het stemt hem niet vrolijk. Op de salontafel ligt een stapeltje post. Nog ongeopend. Hij heeft het stapeltje al een paar keer in zijn handen gehad met de bedoeling de enveloppen te openen, maar telkens weer teruggelegd. Johan weet dat er her en der nog meer stapeltjes brieven liggen. Wel geopend, maar nog wachtend op afhandeling. ‘Daar moet ik nog eens goed naar kijken’, denkt hij elke keer als hij weer zo’n stapeltje ziet liggen.

Johan zit op de bank en sluit zijn ogen. In gedachten loopt hij door zijn huis. Overal waar hij komt liggen stapels spullen om nog eens goed te bekijken en uit te zoeken. En overal waar hij komt zijn klusjes niet afgemaakt. ‘Wat een puinhoop heb ik er van gemaakt’, mompelt hij.

Johan denkt terug aan zijn fietstocht. Aan de tijd dat Cathy nog meefietste. De tijd dat hij met een gerust hart de afslag naar zijn werk kon nemen, omdat Cathy ervoor zorgde dat de rit samen met de kinderen veilig en voorspoedig verliep. ’s Avonds waren de rollen omgedraaid. Dan nam Cathy de afslag naar haar werk en zorgde Johan ervoor dat de kinderfietsen keurig aan de rechterkant van de weg bleven rijden. Totdat die fatale storm Cathy van haar fiets blies. De kinderen waren nog te jong om zelfstandig verder te kunnen fietsen. Maar ze moesten wel, want Johan moest nu eenmaal de afslag naar zijn werk nemen. Hij drukte zijn kinderen op het hart vooral rechts te blijven rijden en hem even te bellen als zij onverwacht een andere richting op moesten. Aan het eind van de werkdag fietste hij dan zo snel als hij kon terug. En hij was altijd weer opgelucht als hij in de verte de twee kinderfietsen netjes rechts op de weg zag. En als hij weer naast zijn kinderen fietste, bekroop hem een gevoel van tevredenheid en gaf hij toe aan de vermoeidheid. Dan lieten ze de pedalen in een rustig tempo rondgaan en deed Johan alleen wat noodzakelijk gedaan moest worden.

‘Wat een puinhoop heb ik ervan gemaakt’, mompelt Johan nog eens als hij ziet wat hij de afgelopen jaren heeft laten liggen. Hij denkt aan de afgelopen twee jaar. Zijn kinderen hadden inmiddels een leeftijd bereikt dat ze zelfstandig konden fietsen. Dat wilden ze ook. Het kostte Johan moeite om dat te accepteren en hen los te laten. En nog. Hij betrapt zich er regelmatig op dat hij aanwijzingen geeft om vooral rechts te blijven rijden en hen vraagt om hem te bellen als ze toevallig een andere kant op gaan. Johan fietste alleen verder. Omdat hij zich niet meer druk hoefde te maken over kinderfietsen nam hij steeds vaker de afslag naar zijn werk en steeds vaker propte hij werk in zijn fietstassen om zich tijdens de avond- en weekendritten mee bezig te houden. Dat hij onderweg van alles wat gedaan moest worden liet liggen, zag hij niet. Tot het moment dat alles zo hoog was opgestapeld en door de weer aanwakkerende storm op de weg werd geblazen dat hij niet meer verder kon fietsen.

Johan zit op de bank en denkt aan de periode die achter hem ligt. Ruim een jaar was hij door de tegenwind en het opruimen van de obstakels op zijn pad niet in staat om de afslag naar zijn werk te nemen. De storm hield aan en het lukte hem daardoor niet om alle troep op zijn pad op te ruimen. Maar Johan had wel genoeg opzij kunnen schuiven om bij de afslag naar zijn werk te kunnen komen. Dacht hij. Wat hij niet wist, was dat terwijl hij druk bezig was zich een weg te banen door storm en obstakels, de route naar zijn werk gewijzigd was. Johan volgde de nieuwe weg, maar het voelde niet vertrouwd. En hoewel de wind op de nieuwe weg in kracht afnam, voelde het voor Johan toch als een flinke storm die hij tegen had. Toch fietste hij door.

Maar nu zit Johan thuis op de bank. Hij kijkt naar zijn iPad die naast hem ligt. Maandenlang pingelde het ding bijna onophoudelijk als er werd gereageerd op zijn grappen en grollen die hij op Twitter en Facebook plaatste of als één van zijn tegenspelers een woordje had gelegd bij Wordfeud. Humor en zelfspot op Twitter hielden hem in de afgelopen anderhalf jaar op de been en zorgden ervoor dat hij niet door de storm van zijn fiets werd geblazen. Maar Johan merkte dat het maken van grappige tweets hem steeds moeilijker viel en hij met steeds groter wordende tussenpozen iets van zich liet horen. De iPad pingelde steeds minder. Dat stoorde hem, maakte hem onzeker en stemde hem somber. Johan merkte ook dat hij steeds meer moeite kreeg om bij Wordfeud een woordje te leggen en dat hij zijn tegenspelers soms heel lang liet wachten. Dat stoorde hem en stemde hem nog somberder. Met pijn in het hart stuurde hij zijn twee meest dierbare tegenspelers een berichtje dat hij voorlopig geen woordjes meer zal leggen. Hij kon het niet opbrengen om ook de anderen een berichtje te sturen.

Johan zit op de bank en kijkt naar de iPad naast hem. Het ding pingelt niet meer. En dat stoort hem. Maar hij weet dat het beter is zo. Een wirwar van gedachten zorgt voor chaos in zijn hoofd. Het is chaos om hem heen. En daarom heeft Johan besloten over te gaan tot een grote opruimactie. Letterlijk. De medewerkers van het  grof vuildepot kunnen zich schrap zetten. En daarom heeft Johan besloten om zijn Twitter-, Facebook- en Wordfeudactiviteiten even te staken. Omdat Johan zichzelf kent en weet dat hij bij elk pingeltje meteen op zijn iPad kijkt. En als zo’n pingeltje niet direct komt, blijft hij er wel op wachten. Maar nu even niet. Nu is het de hoogste tijd om orde te scheppen in de chaos.

Johan staat op van de bank en loopt de trap op. Zijn opruimactie begint op de bovenste verdieping. Van boven naar beneden werkt in dit soort gevallen altijd het beste, weet hij. Als hij klaar is en de chaos om hem heen is verdwenen, kan hij zich helemaal concentreren op de chaos in zijn hoofd. Of wat er tegen die tijd nog van over is. Dan springt Johan weer op de fiets. Met zijn iPad uiteraard. Tot pingels dus.

  1. Die Johan is een verstandige kerel.
    Johan moet lekker blijven fietsen zolang ie zelf maar bepaalt welke kant ie op stuurt.
    Sloop de bagagedrager er gewoon een tijdje even af.
    En als Johan eens een plaksetje nodig heeft dan weet ie waar ie dat kan vinden.
    Als ie maar onthoud dat er volop fietsstallingen voor ‘m klaar staan, die met liefde een bandje voor ‘m zullen plakken.

    Fijne tocht vriend.

  2. Marianne Suidgeest op

    Wat lief gezegd van Ger… Weet dat we stiekem je toch wel een beetje gaan missen, dus misschien kun je toch eens af en toe een zijweggetje afslaan, of bv alleen in het weekend? Maar weet inderdaad dat jij de route bepaald en ook als er af toe misschien net iets te veel wind staat, trap je gewoon door of ga je op de pedalen staan. Wij geven je dan wel even dat zetje of plakken figuurlijk die band. Ik heb er alle vertrouwen in dat het je lukt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *