Tobkok

“Nu wordt het met eten een stuk makkelijker, pap”, sprak mijn zoon nadat we de laatste spullen van mijn dochter hadden overgebracht naar haar eigen huis. Zoon doelde daarmee op het gegeven dat het bedenken van een avondmaaltijd voor ons drieën een dagelijks terugkerend probleem was. Dochter is namelijk heel erg voor gezond eten en ziet het liefst iets met courgette, aubergine, tomaatjes en mozzarella op haar bord liggen. Zoon moet daar niets van hebben. Zijn voorkeur gaat uit naar de Oosterse keuken. En dan het liefst zonder gezonde ingrediënten als groenten, maar wel zo pittig mogelijk. En van dat laatste houdt dochter niet.

Het werd steeds moeilijker om een maaltijd te bedenken die bij ons allemaal in de smaak zou vallen. Ik koos er dan ook steeds vaker voor om voor dochter en zoon apart iets te maken, waarbij ik dan afwisselend gezond met dochter meeat of juist pittig met zoon. Ik heb vaak te horen gekregen dat ik hier niet verstandig aan deed, maar u moet weten dat zoon al van kleins af aan een aparte smaak- en geurbeleving heeft. Als wij vroeger uit eten gingen, kon hij bij het betreden van het restaurant al misselijk worden van de geuren die hem tegemoet kwamen. En die misselijkheid was niet gespeeld. Het was altijd rennen naar het toilet waar alles wat hij tot dan toe tot zich had genomen er uit kwam. Gelukkig is dit in de loop der jaren over gegaan. Wat is gebleven, is dat hij veel dingen zonder ze ooit geproefd te hebben op voorhand niet lekker vindt. Dat maakt variatie aanbrengen in de maaltijden behoorlijk lastig.

Dat laatste ziet mijn zoon heel anders, want “Nu wordt het met eten een stuk makkelijker, pap”, sprak hij nadat dochter het huis uit was. En hij had gelijk. Nou ja… even dan. Want inmiddels is zoon ook op de gezondheidstoer. Niet dat hij iets met courgette, aubergine, tomaatjes en mozzarella op zijn bord wil zien verschijnen… Er zijn grenzen. Nee…, zoon heeft bedacht hij koolhydraatarm wil eten. Maar dan wel met ingrediënten die hij kent en lust.

Ik sta dus weer voor een nieuwe uitdaging in mijn kookgedrag, dat de afgelopen jaren toch al fors is veranderd. Koken is nooit mijn liefhebberij geweest, maar na het overlijden van Tiny moest ik wel elke dag iets op tafel zien te krijgen. Ik beperkte me daarbij tot makkelijk. Ik flikkerde een paar gemarineerde speklappen en barbecuekrieltjes in pannen en liet deze bakken tot bijna zwart. Daarbij serveerde ik dan witte bonen in tomatensaus uit een potje. Dat aten we uiteraard niet dagelijks. Dat werd afgewisseld met Wereldgerechten van Knorr. Aan zo’n bouwpakketmaaltijd kon ik me ook geen buil vallen.

Die tijd ligt inmiddels alweer een aantal jaren achter me. Gelet op de voorkeuren van dochter en zoon ben ik op een gegeven moment recepten gaan zoeken op internet. En wat gebeurde er? Ik begon koken leuk te vinden. Het gaat te ver om het een passie te noemen, maar ik kan er wel van genieten om uitdagingen aan te gaan om iets lekkers en gezonds te maken. En dus ben ik nu op internet op zoek gegaan naar koolhydraatarme gerechten. Die bestaan. Ik zou de meest fantastische gerechten op tafel kunnen toveren. Helaas zitten in al die gerechten echter meerdere ingrediënten die er bij zoon niet ingaan. “Nu wordt het met eten een stuk makkelijker, pap”, echoën zijn woorden in mijn hoofd. Ik moet denken aan de slogan van de Belastingdienst: Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Op kookgebied geldt voor mij: Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker. Want ik ga de uitdaging aan. Ik ga stoeien met de recepten. Hier en daar wat ingrediënten laten vervallen en/of vervangen door iets anders zodat er toch een voor ons beiden smakelijke maaltijd op de borden komt te liggen.

Het zal in het begin even tobben worden, maar dat past helemaal bij mij. Ik ben nu eenmaal een tobber. En nu dus even ook een tobkok.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *