Van een olifant een mug maken

Veifgever: Egbert Egberts
Woorden: Zin – olifant – rij – waterput – wolk

“Ik heb hier zó geen zin in”, moppert de olifant, terwijl hij in de rij staat voor de waterput. “Ging het maar weer eens stevig regenen. Maar ja”, moppert hij omhoog kijkend verder, “geen wolk te zien.”

Al wekenlang heeft het niet geregend. Het Afrikaanse landschap ligt er droog en verdord bij. Alle dieren die er leven, zijn voor drinkwater aangewezen op de enige waterput die in de wijde omgeving te vinden is. Het is er druk vandaag. De olifant steekt zijn slurf omhoog en kijkt op het bonnetje dat hij ermee vasthoudt. Nummer 124, leest hij en kijkt naar het scherm dat boven de put hangt. Hij ziet daarop dat nummer 105 aan de beurt is. “Dit gaat nog wel even duren”, zegt hij zuchtend. De gnoe voor hem draait zich om en zegt: “Ja, en dan is het nog maar te hopen dat er nog water is als wij aan de beurt zijn.”

Dingdong, klinkt het. Op het scherm is te zien dat de bezitter van het bonnetje met nummer 106 naar voren mag komen. De rij wachtenden komt in beweging. De olifant kijkt langs de rij naar voren en ziet dat een andere olifant zich bij de waterput meldt. ‘Nee hè’, denkt hij, ‘zo’n grote klant is wel een tijdje bezig.’ Hij kijkt weer voor zich en ziet een mug landen op de rug van de gnoe voor hem. De olifant sluit zijn ogen en verzinkt in gedachten.

‘Was ik maar een mug’, denkt hij, ‘dan hoefde ik niet in de rij te staan voor drinken.’ Hij ziet zichzelf in zijn gedachten zoemend rondvliegen en zich laven aan het bloed van weerloze mensen en dieren. Hij ziet zichzelf zijn sporen nalaten in de vorm van jeukende bulten. ‘Kon je van een olifant maar een mug maken’, verzucht hij.

“Au!” De olifant schrikt op uit zijn overpeinzingen. Hij opent zijn ogen en ziet de gnoe, zich hevig krabbend, op en neer springen. “Wat is er?”, vraagt de olifant. “Au, au, au”, roept de gnoe. “Ik ben gestoken. Het doet pijn en het jeukt.” De gnoe valt kermend op de grond. “Ach, kom op zeg”, zegt de olifant. “Een grote gnoe als jij heeft toch geen last van een muggenprikje. Je moet van een mug geen olifant maken.” Hij steekt zijn slurf in de lucht en trompettert van plezier om zijn eigen grap.

Dingdong. Op het scherm boven de waterput verschijn het nummer 123. De gnoe springt op en loopt naar de put. Als hij voldoende water heeft gedronken, keert hij om, groet de olifant en loopt weg. Dingdong. Nummer 124 verschijnt op het scherm. De olifant loopt naar de put. “Nummerbonnetje”, zegt de leeuwin die ervoor moet zorgen dat alles bij de put ordelijk verloopt. De olifant steekt zijn slurf vooruit. “Nummerbonnetje”, zegt de leeuwin nogmaals, nu wat bitser van toon. De olifant kijkt naar het uiteinde van zijn slurf. Het bonnetje is weg. “Ik had een nummerbonnetje”, zegt hij. “Dat heb ik waarschijnlijk weggeblazen toen ik net even trompetterde.” “Sorry”, zegt de leeuwin kortaf. “Geen bonnetje, geen water. U kunt een nieuw nummertje trekken en achter de rij aansluiten.” Dingdong. Op het scherm verschijnt nummer 125.

Teleurgesteld en boos verlaat de olifant de waterput. Hij voelt zich door de leeuwin gekleineerd. ‘Is het haar toch gelukt om van een olifant een mug te maken’, denkt hij cynisch. Hij steekt zijn slurf in de lucht en trompettert. Hij blaast de aftocht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *