Verlangen naar het einde

Er zijn van die dagen dat ik naar het einde verlang. Vandaag is zo’n dag. Ik ben nog maar…

Sorry dat ik weer even bij je binnendring, Gert. Maar hier schrik ik toch van.

Ah, daar hebben we Karel Meier weer. Waarom schrik je hiervan?

Ik weet dat je depressief bent, maar dat het zo erg is had ik niet in de gaten.

Waar heb jij het over?

Dat je naar het einde verlangt. Daar schrik ik van.

Oh, dat.

Oh, dat?! Oh, dat?! Man, ik kreeg zowat een hartverzakking toen ik las wat je schreef.

Ik heb werkelijk geen idee waar jij je zo druk over maakt.

Hoe oud ben jij nu helemaal, Gert? Net 62, en je hebt nog twee kinderen thuis. Ik weet dat je zorgen hebt en dat het je allemaal niet meezit, maar om nu het bijltje erbij neer te gooien…

Wat zit jij nou in vredesnaam te raaskallen?

Lees je eerste zin nog eens. Misschien kun je dan begrijpen dat ik schrok.

Oh, dat? Daar hoef je niet van te schrikken, hoor. Dat heb ik wel vaker.

Wordt het dan niet eens tijd om naar een psycholoog of zo te gaan?

Waarom? Die kan me heus niet helpen, hoor.

O jawel. Het helpt alleen al door erover te praten. En een psycholoog kan je handvatten geven om weer plezier in het leven te krijgen.

Wat klets jij nou toch? Ik heb plezier genoeg. Maar soms wil het gewoon even niet lukken. Dan wil je wel, maar gaat het gewoonweg niet. Dat komt wel vaker voor in een creatief proces.

Creatief proces? Sinds wanneer is verlangen naar het einde een creatief proces?

Iedereen die regelmatig een verhaal schrijft, heeft er wel eens last van.

Waar heb jij het nu weer over?

Dat je begint met schrijven, maar geen idee hebt waar het verhaal heen moet en dat je verlangt naar een ingeving voor een goed einde.

Huh? O, bedoelde je dat?

Wat dacht jij dan?

Dat je naar het einde verlangde.

Dat doe ik dus ook.

Ja, maar niet op de manier die ik dacht. Maar ik had het kunnen weten natuurlijk. Jij houdt ervan om mensen op het verkeerde been te zetten. Je hebt gewoon een zieke geest.

Hoezo? Volgens mij heb ik gewoon geschreven wat het is. Niet meer en niet minder.

Gewoon? Dat noem jij gewoon? Kijk nog maar eens goed naar je eerste zin. Die zit vol dramatiek.

Ja, dat is belangrijk. De eerste zin van een verhaal moet pakkend zijn.

Nou, dat is je gelukt. Je hebt wel gevoel voor drama.

Dat heb ik van mijn vader. Die had dat ook. Als hij zijn kleine teen stootte, zochten wij het telefoonboek om een begrafenisondernemer te bellen. Wij zijn mijn zus en ik. Mijn moeder was dan al gierend van het lachen onderweg naar de drogist om de petroleumkan te laten vullen *).

We dwalen af. Heb je intussen al een einde voor je verhaal?

Nee, maar dat is ook niet nodig.

Waarom niet?

Ik heb nog geen verhaal.

En wat is dit dan?

Een verhaal.

Dus?

Ga ik dit gesprek beëindigen. Einde verhaal.

Fijn. Ik begon zo langzamerhand ook te verlangen naar het

EINDE

 

*) Zie: Mijn moeder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *