Watje!

Er wordt aan de deur gebeld. Ik leg m’n iPad opzij en loop naar de voordeur. Als ik de deur open, zie ik een cameraploeg staan. Vooraan staat een man die zijn hand naar me uitsteekt. “Niet schrikken”, zegt hij. “Ik ben Bert van Leeuwen van het programma Het Familiediner.” “Dat zie ik”, zeg ik. “Ik zie het programma regelmatig.” “Mooi”, zegt Bert. “Dan hoef ik niet uit te leggen wat de bedoeling is.” “Nou, misschien moet je dat maar wel doen, want ik heb geen idee waarom je bij mij voor de deur staat. Ik heb namelijk met helemaal niemand ruzie” , antwoord ik hem. “Is het goed dat ik even binnenkom? Dan kan ik het je haarfijn uitleggen. Ik mag toch wel je zeggen hè Gert?”, zegt Bert en hij maakt aanstalten mijn huis binnen te stappen. “Ho”, roep ik. “Eerst vertellen met wie ik ruzie zou moeten hebben.”

Bert van Leeuwen doet een stap achteruit. “Goed”, zegt hij. “Het heeft te maken met je broer.” “Je maakt een geintje zeker? “, zeg ik. “Ik heb helemaal geen broer.” Ik wil de deur dichtdoen, maar Bert van Leeuwen zet zijn voet ertussen. “Sorry, oude gewoonte. Dat doen wij in onze kringen wel vaker”, zegt Bert en hij trekt zijn voet terug. “Maar laat me het even uitleggen. Ik weet dat je geen broer hebt. Toch kom ik hier met een boodschap van hem. Hij wil namelijk sorry zeggen dat hij nooit geboren is.”

Precies op het moment dat ik de deur wil dichtgooien, stopt een auto met gierende banden. Uit de auto zie ik Caroline Tensen komen, gevolgd door een cameraploeg. Caroline heeft een enorme naald in haar hand. “Ik kom even bloed afnemen”, roept ze. “Voor het programma DNA Onbekend. Je wilt natuurlijk wel weten of die ongeboren broer ook wel echt jouw ongeboren broer is.” Ze is nauwelijks uitgesproken als er weer een auto stopt. En ook uit deze auto komt een cameraploeg. “Dag”, zegt de man die voorop loopt. “Ik ben Derk Bolt van het programma Spoorloos. Goed dat ik u tref. Er is namelijk iemand op zoek naar u. Uw broer.”

Ik kijk naar de drukte voor mijn deur en werp een blik in de straat. Achter de auto’s van de cameraploegen staan inmiddels een grote witte limousine en drie taxi’s. “Die limo is van ons”, zegt Bert van Leeuwen. “Stap in en je wordt naar het restaurant gebracht voor Het Familiediner.” “Nee”, roept Caroline Tensen. “Stap in de eerste taxi. Dan kom je bij ons in de studio.” Derk Bolt stapt naar voren. “U  kunt beter in de tweede taxi stappen. We hebben namelijk een aantal mooie plekken uitgezocht om met u opnamen te maken voor Spoorloos.”

Ik kijk nog even de straat in. “En waar kom ik terecht als ik in de derde taxi stap?”, vraag ik. “Dan komt u bij ons in de studio”, roept een man die hijgend om de hoek van de straat komt aangerend. In zijn kielzog volgt ook een cameraploeg. “Ik ben Jaap Jongbloed van het programma Vermist”, hijgt de man. “We moesten omrijden, want de hele straat staat vol met auto’s. Maar ik ben blij dat ik je gevonden heb, want je wordt gemist.” “Door mijn broer zeker?”, vraag ik. Jaap kijkt me, nog altijd hijgend, aan. “Je broer? Nee hoor, het is niet je broer. Wij zijn gebeld door je dochter. Ze probeert je al een hele tijd te bellen, maar je neemt de telefoon niet op. Ze maakt zich zorgen.” “Ja, dat kan kloppen. Ik sta hier namelijk al een tijdje aan de deur met cameraploegen”, antwoord ik Jaap. “Maakt niet uit”, zegt Jaap, die inmiddels weer op adem is gekomen. “Stap in de derde taxi. Die rijdt naar onze studio waar je je dochter dan voor het oog van de camera’s in je armen kunt sluiten.” “Niks ervan”, roept Bert boos. “Ik was hier als eerste. Gert gaat met ons mee.” “Ik dacht het niet”, sist Caroline vals, terwijl ze de enorme naald dreigend omhoog houdt. Zij kijkt om zich heen. “Waar is Derk eigenlijk gebleven?”, vraagt ze. Derk is tijdens alle commotie stilletjes vertrokken. Hij is spoorloos verdwenen.

Ik schrik wakker. Was ik toch weer eens op de bank in slaap gevallen. Ik kijk op de klok. Over tien minuten begint Het Familiediner. Ik sta op, doe de voordeur op het nachtslot en de knip erop. Op de terugweg naar de bank pak ik uit de kast de doos tissues. Al snel heb ik een velletje nodig. Ik mag dan wel een volwassen kerel zijn, bij het zien van mensen die huilend in elkanders armen vallen, houd ik het niet droog. Dat is iets van de laatste jaren. Vroeger had ik dat niet. Ik ben dus gewoon een sentimentele ouwe zak geworden. Een watje. Ik wil een volgende tissue pakken, maar de doos is leeg. Snel naar het toilet voor een rol toiletpapier. Morgen niet vergeten om een flinke voorraad tissues te kopen, want DNA Onbekend, Spoorloos en Vermist moeten nog komen. Watje!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *