Zo moeder, zo dochter

“Volgende week zondag is het alweer 16 maart. De tijd gaat snel”, zegt mijn dochter terwijl ze in de auto stapt. Het is zaterdagmiddag, we gaan samen boodschappen doen. “Ik weet het”, zeg ik, “ik liep er vanmorgen ook aan te denken.” 16 maart: de dag dat…

Ik kijk opzij, naar mijn dochter. ‘Je bent er dus nog altijd mee bezig’, denk ik, terwijl ik haar observeer. Ze lijkt op haar moeder. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook -en vooral- in haar doen en laten. Levenslustig, sociaal en ondernemend.

Als ik even later met haar door de winkel van Albert Heijn loop, ben ik haar met enige regelmaat kwijt. Mijn dochter kent ongeveer de helft van de bevolking van Alphen aan den Rijn en ongeveer de helft van de bevolking Alphen aan den Rijn kent mijn dochter. En als je elkaar dan tegenkomt, moet er natuurlijk even bijgepraat worden. Tiny had dat ook. Die was op vele terreinen actief en kende daardoor ook heel veel mensen. En ook zij had de gewoonte om met mensen die zij kende een praatje te maken. Vaak kende ik die mensen niet en dan liep ik een stukje door in de hoop dat Tiny het gesprek kort zou houden. Dat was meestal ijdele hoop. Vaak duurden dergelijke ‘gesprekjes’ zo lang dat ik tijd genoeg had om twee of drie shaggies te rollen en op te roken. En hoewel ik dan op een afstandje wachtte, kon ik de gesprekken toch altijd volgen. Tiny had een luide stem, je kon haar op grote afstand horen. Dat heeft me ook eens het schaamrood op de kaken bezorgd. Het was tijdens het boodschappen doen bij Albert Heijn. Ik liep, zoals gewoonlijk, met het winkelwagentje al drie winkelpaden verderop. Opeens hoorde ik Tiny’s stem door de winkel galmen. “Joh, ben jij het? Nu zie ik het pas. Ik herkende je niet met je kleren aan.” Ik voelde hoe de mensen in het winkelpad naar mij keken. Niet dat ik die mensen kende, maar zij kenden Tiny en wisten dat ik bij haar hoorde. Ik zag hun lachende gezichten en verdiepte me quasi nonchalant in de tekst op de verpakking van een pak cornflakes. Die kon ik toen nog zonder leesbril lezen. “Dat was Margreet”, legde Tiny me even later uit. “Die ken ik van het zwemmen en zie ik eigenlijk alleen in badpak. Ik herkende haar eerst niet met haar kleren aan.” Ook deze uitleg ging op het gebruikelijke volume en ontlokte dus reacties van omstanders. Het volgende praatje was een feit. Ik sjokte intussen maar vast richting kassa.

Mijn dochter lijkt op haar moeder. Ze praat weliswaar minder luidruchtig, maar er moet wel tegen iedereen die ze kent wat gezegd worden. Net als haar moeder omringt zij zich graag met mensen. Ze maakt deel uit van meerdere vriendengroepen, zodat ze elk weekend uit kan en meerdere keren per jaar concerten kan bezoeken en op vakantie kan. Tiny had dat ook. Voordat ik haar leerde kennen, was zij al de halve wereld over gereisd. Daar waar ik nog niet verder was geweest dan Baarle-Hertog en Turnhout. En concerten wilde zij niet missen. Zij had het er voor over om bij nacht en ontij voor de deur van Sportpaleis Ahoy te gaan staan om kaartjes te bemachtigen. Zo ging dat in die tijd nog. Mijn dochter heeft dat ook. Zij het dat zij gespannen bij haar laptop wacht op het moment dat de online kaartverkoop van start gaat, want zo gaat dat tegenwoordig.

Mijn dochter lijkt op haar moeder. En hoewel ik soms –net als ik bij Tiny deed- wel eens probeer om haar te manen meer rust te nemen en wat zuiniger aan te doen, vind ik het toch ook wel heel erg mooi. Tiny is er niet meer, maar leeft wel voort. Mijn dochter heeft het stokje van haar moeder overgenomen: levenslustig, sociaal en ondernemend.

En je zoon dan?, hoor ik u denken. Je hebt toch ook nog een zoon? Ja, ik heb ook een zoon. En ook hij lijkt in meerdere opzichten op zijn moeder, maar leidt toch een meer teruggetrokken bestaan. Net als zijn vader. Maar daarover vertel ik u later nog wel eens in ‘Zo vader, zo zoon’.

Maar eerst zondag 16 maart. Dan steken wij met z’n drietjes rond kwart over twaalf een kaarsje aan bij de foto van Tiny en denken we terug aan die dag in 2007. Aan die bijzondere dag, waar we met z’n vieren heel intens naartoe hebben geleefd en die we heel intens hebben beleefd. Ik zie nog voor me hoe liefdevol mijn zoon de ogen van zijn overleden moeder sloot, terwijl ik me ontfermde over mijn ontroostbare dochter. Daarom zal mijn herdenking dit jaar in het teken staan van trots. Want ik ben trots op de mooie kinderen die wij samen hebben gekregen.

  1. Hoi Gert.

    Ik zat vanmiddag te denken hoe zou het bij Gert gaan en dan komt er weer zo’n klasse verhaal.Zo warm ..zo liefdevol..Al je twijfels of je het wel goed doet,als vader zijn te niet gedaan ! Ga zo door !. Ik denk aan jou en de kinderen a.s. zondag.En trots mag je zeker wezen !!

  2. Gé (Frommes) op

    Eerst een schuddebuik hier op de bank terwijl ik dit kakelverse eitje lees. En ik eindig met een traan. Wat schrijf je iedere keer weer prachtig, zo uit je hart!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *