Gijs

Veifgever: Marianne Cramer
Woorden: muziek – regen – foto – klok – appelstroop

Het is nog vroeg in de ochtend als Gijs wakker wordt. Hij probeert overeind te komen, maar laat zich meteen weer achterover zakken. Zijn hele lijf doet pijn. Het herinnert hem eraan wat er gisteren is gebeurd. Hij heeft een ongeluk gehad en hij had zoveel pijn dat hij niet de trap op kon om naar zijn slaapkamer te gaan. Hij had daarom besloten om op de bank te gaan liggen. En hij was zowaar in slaap gevallen.

Heel voorzichtig waagt Gijs een tweede poging om overeind te komen. “Au, au”, roept hij uit, maar hij zet door. Als hij rechtop zit, drukt hij de schemerlamp die op een bijzettafeltje naast de bank staat aan. Hij kijkt op de klok en ziet dat het bijna zeven uur is. Het liefst zou hij nog een uurtje slapen, maar hij moet heel nodig plassen. Dus staat hij op van de bank en strompelt naar het toilet.

Hoewel Gijs gewend is om klokslag kwart over acht aan het ontbijt te zitten -hij is een man van de klok– besluit hij om nu maar meteen te gaan ontbijten. Hij pakt, de pijn verbijtend, twee boterhammen uit de vriezer, kookt een eitje en zet theewater op. Even later zit aan hij de eettafel en eet hij, zoals hij zijn hele leven al gewend is, een boterham met een zachtgekookt ei en een boterham met appelstroop. Terwijl hij eet, denkt hij terug aan hetgeen er gisteren is gebeurd.

Zoals elke dag was Gijs gisteren op de fiets gestapt om een mooie tocht te gaan maken. Dat deed hij al jaren. Hij genoot ervan. Ook al viel het fietsen hem met het klimmen der jaren -Gijs is inmiddels 75- steeds zwaarder. Maar daar had hij wat op gevonden. Hij ruilde zijn oude tweewieler in voor een elektrische fiets. En daar had hij inmiddels al vele mooie tochten op gemaakt. Dat had het gisteren ook moeten worden, maar het liep anders.
Het begon eigenlijk al niet goed. Het was slecht weer. Gijs had nog even overwogen om thuis te blijven, maar besloot toch op te stappen. Ach, een beetje regen, daar kan ik wel tegen, was zijn gedachte geweest. Na iets meer van vijf kilometer gefietst te hebben, ging het echter mis. Door de regen op zijn bril werd zijn toch al verminderde gezichtsvermogen dusdanig vertroebeld dat hij een paaltje aan het begin van een fietspad niet zag.

“Meneer, hoe gaat het met u? Heeft u pijn? Misschien iets gebroken?”, hoorde Gijs een vrouwenstem. “Nee, het gaat wel, geloof ik”, antwoordde hij. “Ik zag het gebeuren. U maakte een lelijke val. Uw hand bloedt en u heeft ook een wond aan uw hoofd. Zal ik 112 bellen en vragen of er een ambulance kan komen?”, vroeg de vrouw. “Nee, dat hoeft niet. Het zijn maar schaafwonden. Ik zie wel thuis te komen”, zei Gijs. “Laat me u dan naar huis brengen, want uw fiets is zwaar beschadigd. Daar kunt u niet meer op rijden”, stelde vrouw voor. Gijs keek naar zijn fiets en zag dat de vrouw gelijk had. Zijn voorwiel was bijna dubbelgevouwen en de band was lek. “Maar hoe moet het dan met mijn fiets?”, vroeg hij. “Ik ben met een bestelbus”, antwoordde de vrouw. “We nemen uw fiets mee en die brengen we naar uw fietsenmaker.”
Eenmaal thuis bood de vrouw aan zijn wonden te verzorgen, maar dat had Gijs geweigerd. “Dat doe ik zelf wel.”

Gijs kijkt op de klok. Bijna acht uur, ziet hij. Dit wordt een lange dag, denkt hij terwijl hij opstaat om de tafel af te ruimen. Als hij daarmee klaar is, schuifelt hij voorzichtig naar de bank. Voordat hij gaat zitten, zet hij een CD op. Muziek van André Rieu vult de woonkamer. De muziek waar zijn moeder zo dol op was. Gijs kijkt naar haar foto die op het bijzettafeltje naast de bank staat. Het is nu bijna vier maanden geleden dat zijn moeder overleed. Zij is 102 jaar geworden. Op haar 34ste viel ze van de trap en brak ze haar rechterarm op meerdere plaatsen. Sindsdien kon ze die arm nauwelijks meer gebruiken. Gijs besloot bij haar te blijven wonen en voor haar te zorgen. Een relatie heeft hij nooit gehad. Hij had zijn werk en de zorg voor zijn moeder.

In gedachten verzonken dommelt Gijs op de bank weer in slaap. Om kwart over tien schrikt hij wakker van de deurbel. Hij strompelt naar de voordeur en ziet de vrouw die hem gisteren naar huis heeft gebracht staan. “Ik kom u vandaag helpen”, zegt ze. “Boodschappen doen, koken… U zegt het maar.” Totaal verbouwereerd laat Gijs haar binnen. “O, ik had me nog niet voorgesteld”, zegt de vrouw. “Ik ben Annie. “Wat wilt u straks als lunch?” “Ik eh, ik eh, ik ben Gijs”, hakkelt Gijs. “En ik eh, ik eh, ik eet tussen de middag altijd warm.” “Geen probleem”, zegt Annie. “Zeg maar wat u wilt hebben.” Gijs denkt even na en zegt dan: “Ik heb eigenlijk niets meer in huis. Ik moet nog boodschappen doen.”
Annie stelt voor om een boodschappenlijstje te maken en samen boodschappen te gaan doen. Dat vindt Gijs wel een goed idee, want met die pijn in zijn lijf ziet hij geen kans om naar de supermarkt te lopen en met boodschappen te sjouwen.

Het is kwart over twaalf als ze samen aan de eettafel zitten. Annie heeft voor Gijs een heerlijke warme maaltijd klaargemaakt en smeert voor zichzelf twee boterhammen met appelstroop. “Lekker”, zegt ze. “Dat koop ik nooit. Kan ik wel weer eens doen.”
Na het eten zegt Annie dat Gijs op de bank moet gaan liggen. “Rust is goed voor je. Je bent gisteren immers flink gevallen. Ik doe de afwas wel even en ga daarna nog boven en beneden stofzuigen.” “Dat hoeft helemaal niet”, sputtert Gijs tegen. Maar Annie duldt geen tegenspraak. “Wat een verwennerij”, zegt Gijs, terwijl hij op de bank plaatsneemt.

Tegen vijf uur gaat Annie naar huis. “Ik kom morgen nog wel even kijken hoe het gaat”, zegt ze tijdens het afscheid nemen. “Dat is goed”, antwoordt Gijs. Hij zwaait Annie uit. Als hij twee boterhammen met kaas heeft gegeten, want dat eet hij ’s avonds altijd, gaat Gijs op de bank zitten en zet de televisie aan. Om negen uur schenkt hij een borreltje in en laat hij  de dag nog eens de revue passeren. ‘Wat een lief mens, die Annie’, denkt hij. ‘Ik vind het eigenlijk best wel leuk dat ze morgen weer komt.’ Ongemerkt valt hij op de bank in slaap.

Wat Gijs nog niet kan weten, is dat Annie morgen niet komt. En ook de dagen erna niet. Wat Gijs ook nog niet weet, is dat de pinpas in zijn portemonnee is vervangen door een geblokkeerd gestolen pasje, zodat de diefstal van zijn pas niet snel zou opvallen. Dat merkt hij pas over een paar dagen als hij boodschappen gaat doen. Als hij dan contact opneemt met zijn bank zal hij te horen krijgen dat er meerdere keren geprobeerd is om met zijn pasje geld van zijn bankrekening op te nemen en met zijn pinpas te betalen. Annie had tijdens het afrekenen in supermarkt gezien dat Gijs zijn pincode aflas van een briefje dat hij in zijn portemonnee bewaarde. Hij kreeg die code maar niet in zijn hoofd. Na thuiskomst had Annie de pas verwisseld en de code genoteerd.

Wat Annie niet weet, is dat Gijs de code gecodeerd had opgeschreven. Hij had heel slim de twee middelste cijfers omgewisseld. Gijs is dan wel vergeetachtig, hij is niet gek. Annie werd dat bijkans wel toen zij telkens als zij de pas gebruikte merkte dat de pincode niet juist was.
Wat Annie nog niet weet, is dat zij tijdens een poging om geld op te nemen is gefilmd en dat er binnenkort op televisie een foto van haar te zien zal zijn. In het programma Opsporing Verzocht. Daarin zal ook bekend worden gemaakt dat Annie tijdens het stofzuigen van de bovenverdieping alle kasten en laden heeft doorzocht. Daarin waren echter geen waardevolle spullen te vinden. Het enige dat zij in het huis van Gijs buit had kunnen maken, was een pot appelstroop.

Gijs slaapt. We laten hem lekker slapen. Het is immers allemaal goed afgelopen. Hoewel… Wat als hij morgenochtend thee heeft gezet, een eitje heeft gekookt en ziet dat hij geen appelstroop meer heeft? Waarmee belegt hij dan voor het eerst in zijn leven zijn tweede ontbijtboterham?

 

 

  1. Tineke Cannon op

    Hartstikke leuk verhaal! Ik vond het alleen wel jammer dat Annie niet meer zou komen, zou leuk zijn geweest voor Gijs <3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *