Winterpret in een ziekenhuisbed

Het  is dinsdag 15 januari 2013 en het sneeuwt al de hele dag. Gelukkig hoef ik vandaag de deur niet uit. Ik heb het niet zo op de winter en al helemaal niet op sneeuw. Dat was vroeger, toen het elke winter nog winter was met sneeuw en ijs, wel anders. Zodra het ijs dik genoeg was, gingen de schaatsen onder de kaplaarzen en was ik net zo lang op de bevroren singel bij ons voor de deur aan de Langegeer te vinden tot ik het gevoel had dat mijn tenen los in mijn laarzen lagen. En bij de eerste sneeuwvlok droomden mijn zusje en ik ervan om in de achtertuin zo’n mooie spiegelende glijbaan te maken.~~~~

~~~~Het is begin januari 1963. Het heeft al weken hard gevroren en er is ook al een flink pak sneeuw gevallen. Ik heb al vele uurtjes schaatsend doorgebracht. Nu is het ijs bedekt met een dikke laag sneeuw. Een donker spoor laat zien waar wij met sneeuwschuivers een baan hebben gemaakt waar nog op geschaatst kan worden. Maar het is natuurlijk ook leuk om met de slee van het talud naar beneden te roetsjen. Kortom, het is een ideale winter voor een jochie van tien. Ik vermaak me dan ook opperbest met mijn vriendjes uit de buurt.

Maar dan staat plotseling mijn moeder op het ijs. Ze vertelt dat ze bericht heeft ontvangen van het ziekenhuis en dat ik daar nu meteen heen moet. Ik weet dat dit moment eraan zat te komen, want ik heb knobbels op mijn hielen en die moeten operatief verwijderd worden. Maar dat dit nou juist nu moet gebeuren… Ik zeg mijn vriendjes gedag en ga met mijn moeder mee naar huis. Even later lopen we over de Beukendaal. Op weg naar het Sint Clara Ziekenhuis. Ik draag zelf de tas met daarin wat onderbroeken en de twee nieuwe pyjama’s, die speciaal voor deze gelegenheid zijn gekocht.

Het Sint Clara Ziekenhuis ziet eruit als een heel grote villa, waar een paar houten barakken aan zijn gebouwd. In één van die barakken is de kinderafdeling. “Dat is jouw bed”, zegt een in mijn ogen stokoude zuster. Ik moet mijn kleren uitdoen en een pyjama aantrekken. “Een nieuwe pyjama?”, vraagt de zuster. Ik knik. “Mooi hoor “, zegt ze. Ik knik weer. Mijn moeder slaat intussen de broekspijpen en mouwen een stukje om. De pyjama’s zijn dan wel speciaal voor deze gelegenheid gekocht, maar het is wel de bedoeling dat ik er wat langer mee doe en mijn moeder legt aan de zuster uit dat ze “op de groei” zijn gekocht. Ik klim in het bed en krijg een kus van mijn moeder. Zij gaat naar huis. Daar lig ik dan.~~~~

~~~~Ik zal u niet vermoeien met een gedetailleerd verslag van mijn verblijf in het ziekenhuis. Wat ik mij er nog van herinner is dat de dagen enorm lang duurden en dat ik er heel slecht heb geslapen. Elke nacht lag ik wakker van het licht en de geluiden die vanaf de gang het zaaltje binnendrongen. Van de operatie zelf weet ik niets. Uitgerekend op dat moment sliep ik even. Na de operatie moest ik in bed blijven. Mijn voeten zaten in het verband en aan het voeteneind van het bed was een soort rek geplaatst, zodat de deken niet op mijn voeten drukte. Omdat ik geen kant op kon, had ik alle tijd om me bezig te houden met iets waar ik in die tijd dol op was: lezen. Gelukkig zag mijn moeder in dat ik best wel een beetje zielig was en kocht ze zowaar een paar nieuwe boekjes voor me. Een deeltje van Pietje Bell en twee spannende boeken voor ‘oudere jongens’, zoals voorin stond vermeld. ‘Inspecteur Arglistig en het verdwenen geldtransport’ en ‘Commissaris Achterberg en de verdachte bungalowbewoners’. Allebei van dezelfde schrijver: Wim van Helden.~~~~

~~~~Het is januari 1986. Ik zit als redacteur van weekblad Het Zuiden in de huiskamer van een seniorenwoning in Rotterdam-IJsselmonde. Ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag interview ik de bewoner over zijn loopbaan als politieman, zijn imposante sportverleden, maar vooral over de boeken die hij schreef. Jawel, ik zit tegenover Wim van Helden. Het is een leuk en lang gesprek. Als ik op het punt sta te vertrekken, loopt hij naar zijn boekenkast. Hij haalt er een boekje uit. ‘Inspecteur Arglistig – De wapensmokkelaars’. Van Helden vraagt of hij mijn pen even mag vasthouden. Dan slaat hij het boekje open en schrijft erin ‘De schrijver:’ en zet zijn handtekening eronder. “Alsjeblieft”, zegt hij, terwijl hij mij het boekje geeft, “voor jou, als herinnering.” ~~~~

~~~~Het is dinsdag 15 januari 2013. Als ik naar buiten kijk zie ik dat het niet meer sneeuwt. Volgens mijn smartphone is het 3 graden onder nul. Een hittegolf als je het vergelijkt met de winter van een halve eeuw geleden toen op 18 januari die legendarische Elfstedentocht werd gehouden. Ik was toen net uit het ziekenhuis en zat thuis aan de radio gekluisterd. Boos en verdrietig dat ik niet naar buiten kon om te schaatsen of te sleeën. En nu? Nu heb ik mijn dochter gebeld om te vragen of zij onderweg naar huis even langs de supermarkt wil gaan om eten te kopen. Ik ben blij dat ik niet naar buiten hoef.

 

  1. Geweldig leuk verhaal. Ik heb ze ook gelezen, de avonturen van commissaris Achterberg en van inspecteur Arglistig. Maar ik was ze tot ik je Kievitsei las helemaal vergeten.

  2. Maxim op

    Beste Gerrit,
    Opnieuw ademloos… gelezen..
    Op naar 23 februari a.s. voor mijn zoveelste ziekenhuisopname (dit keer weer een knie-operatie.). Als ik dan naar buiten kijk, kan ik de kinderen zien die op het ijs spelen of schaatsen. Dan zal ik aan je prachtige blog terugdenken Gerrit. Ik zal dagdromen van een gelukzalige dag met mijn twee kinderen op het ijs. In mijn nieuwe pyjama natuurlijk.

  3. Bette van Gelder op

    Wat een leuke blog! Ik ben er toevallig op terecht gekomen en vooral de nestverhalen spreken mij erg aan. Ik herken er zoveel in.Al ben ik 15 jaar ouder weet ik toch nog heel goed hoe Tuindorp Vreewijk er in de 50er jaren uitzag.Geboren op de Dreef,vanaf 1953 op de Lange Geer gewoond.Het andere deel,tegen de Enk aan.Ook op de Juliana van Stolbergschool gezeten,in de oorlogsjaren ondergebracht in de school in de van Malsenstraat en later in de school aan ‘tSlag,tegenover het Sandelingen plein.Want het hele scholencomplex aan de Grift was bezet door Duitsers.En de laatste klassen in de echte school. Juffrouw Wulffraat,juffrouw Langbroek.meester Rintjema en de “bovenmeester”,weet zijn naam niet meer,wij noemden hem “oude Leddy’ik weet niet waarom,maar hij was niet geliefd. Vaak op weg naar de Breepleinkerk de Lange Geer afgelopen,ken het sigarenwinkeltje goed,een vriendje,Henk Kamp,woonde daar boven of naast, En de reformwinkel naast de groenteboer,die heeft er eindeloos lang gezeten. Ik heb heel veel door Tuindorp gedwaald en zie er nog altijd met weemoed op terug.
    Groten,Bette

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *